“Dit museum ademt geschiedenis”

Levend erfgoed ontstaat niet alleen in musea, maar vooral daar waar mensen elkaar ontmoeten: op straat, op het plein en in de buurt. Intermediaire organisaties zorgen ervoor dat lokale verhalen een plek krijgen binnen cultuur en beleid, zodat ze niet verloren gaan. Zo wordt erfgoed zichtbaar, toegankelijk en dichtbij gebracht.

Museum Asselt in het Limburgse Swalmen is een klein museum met een groot verhaal. Al bijna honderd jaar wordt het volledig gedragen door vrijwilligers.

Museum Asselt, opgericht in 1927, is het oudste nog bestaande museum van Limburg. Bijna honderd jaar geleden opende het museum met een bijzondere verzameling voorwerpen die de verzamelzieke pastoor Pinckers en koster Loven bij elkaar hadden gebracht. Er ontstond een ware ‘wunderkammer’ met volkskundige-, historische- en archeologische voorwerpen uit de streek.

Vroeger is nu

“Dit museum ademt geschiedenis”, zegt museummanager Victor Mostart. “Maar de geschiedenis, die maken we ook nu. Alles wat we doen heeft invloed op wat we achterlaten. Het is dus goed om daar over na te denken. Wat is jouw erfgoed, en wat waren daarin jouw keuzes? Als je je geschiedenis kent, kun je beter handelen naar de toekomst. Een boodschap die we vooral jongeren graag meegeven.”

Het museum werkt met drie hoofdlijnen. Asselt als bijzondere plek aan de Maas, de collectie van pastoor Pinckers en de bewoningsgeschiedenis van de regio: van Romeinen en Franken, tot de Noormannen. Victor: “We hebben vijf vleugellansen in de collectie die hier in de Maas en de omgeving zijn gevonden. Toen de rivier in de jaren zestig en zeventig werd verlegd en er werd gebaggerd, kwamen dit soort uitzonderlijke objecten letterlijk boven water.”

De identiteit van Asselt

In Asselt lopen het landschap en de geschiedenis letterlijk door elkaar heen. Victor: “De historische objecten die het publiek hier ziet, brengen wij in context. Want ze zijn typisch voor de streek. Zo leren mensen over de historie van hun leefgebied, maar ook over hun eigen identiteit. Want naast onze materiële collectie speelt ook immateriële erfgoed hier een grote rol.”

Tradities als de bloemenprocessie en het ‘Op Aartje gaan’ leven nog steeds in het dorp. ‘Op Aartje gaan’ is een folkloristisch, oud volksgebruik waarbij jonge vrijgezelle dorpsbewoners (‘de Aartjes’) op bezoek gaan bij huwelijksparen en dorpsgenoten om de draak met ze te steken. Tegenwoordig wordt dit voortgezet tijdens de carnavalsperiode. Zo’n traditie werkt verbindend, legt Victor uit.

Bewaarde beelden

“Naoberschap is hier belangrijk. Zelfs in een klein dorp, eigenlijk twee straten, heb je elkaar nodig. Vroeger om te kunnen overleven, nu om dit prachtige museum, onze geschiedenis en tradities levend te houden.” Museum Asselt wordt al sinds 1927 gerund door uitsluitend vrijwilligers. Victor: “Deze plek wordt volledig gedragen door mensen uit de omgeving. Zonder hen zijn wij eigenlijk niets. Het museum vervult ook een grote, maatschappelijke rol: voor zo’n zestig vrijwilligers is het een sociale ontmoetingsplek. Mensen voelen zich hier nuttig en betrokken.”

Geld voor de toekomst

Voor Victor is Museum Asselt niet alleen een bewaarplek, maar ook een plek voor reflectie. Het museum sluit daarmee aan bij thema’s als burgerschap, kritisch denken en reflecteren. “Pastoor Pinckers, de oprichter van het museum, droeg als influencer van zijn tijd al uit dat je zelf invloed hebt op de geschiedenis. Ik heb rond zijn filosofie een connectie gemaakt met historische figuren en vondsten. Zo trek je de geschiedenis naar het nu en houd je het levend voor scholieren en jongeren.”

Een deel van de financiering voor het museum komt structureel vanuit de gemeente. Maar veel projecten worden gerealiseerd met tijdelijke middelen en donaties. Vooral bij educatie ligt er een uitdaging. “We zoeken nog structurele steun voor ons educatieve programma, maar ook voor zaken als vervoer”, zegt Victor. “De scholen zijn enthousiast, maar hoe krijgen we een schoolklas hier naartoe?”

Voor de toekomst kijkt het museum uit naar samenwerkingen met andere regionale musea, zoals in Stevensweert en Elsloo. “We zouden samen tentoonstellingen kunnen ontwikkelen en laten rouleren. Dat is duurzaam en zorgt dat onze collecties blijven leven in plaats van in depots verdwijnen. Want dat zou eeuwig zonde zijn.”

Proeftuinen

Met de proeftuinen van het Netwerk Levend Erfgoed werken we actief aan de zichtbaarheid, impact en betekenis van levend erfgoed.

Ontwikkeling

De ontwikkeling van het Netwerk Levend Erfgoed (NLE) is een belangrijke stap in het versterken van het brede erfgoedveld.

CONTACT

Tijdens de kwartiermakersfase (2024-2026) zijn Linn Borghuis en Nicole van Dijk de gezichten van het Netwerk Levend Erfgoed.