Tussen blauwe, Zeeuwse velden houdt de Vlasklas een eeuwenoud ambacht levend.

Levend erfgoed ontstaat niet alleen in musea, maar vooral daar waar mensen elkaar ontmoeten: op straat, op het plein en in de buurt. Intermediaire organisaties zorgen ervoor dat lokale verhalen een plek krijgen binnen cultuur en beleid, zodat ze niet verloren gaan. Zo wordt erfgoed zichtbaar, toegankelijk en dichtbij gebracht.

De Vlasklas richt zich op het behouden en doorgeven van kennis over vlas. Samen wordt het gewas op traditionele wijze bewerkt en worden creatieve en ecologische toepassingen gestimuleerd.

In juli staat het vlas in het Zeeuwse Dreischor hoog genoeg voor de oogst. Waar eerst de blauwe vlasbloempjes het veld een magische sfeer gaven, kleurt het landschap nu goudgeel. Na het oogsten volgt het dauwroten: het vlas wordt plat op de grond gelegd, zodat water en wind de vezel kunnen scheiden van de houten kern. Daarna wordt het gewas precies op tijd binnengehaald, voordat de plant zijn kwaliteit verliest.

Oud ambacht nieuw leven inblazen

Het uitgestrekte veld in Dreischor is onderdeel van de Vlasklas: een initiatief dat mensen samenbrengt rond vlas. Ooit bepaalde het gewas het Zeeuwse landschap, maar de kennis erover is grotendeels verdwenen. “Vlas stond eeuwenlang symbool voor de regio”, vertelt initiatiefnemer Ellen Bentlage-Hoffmann. “De plant werd in Zeeland vooral verwerkt tot linnen: een kostbare stof die welvaart en status uitstraalde. Had je een volle linnenkast, dan was je rijk.”

Het maakproces was echter intensief. “Er gaat veel aan vooraf voordat je linnen stof hebt. Het kost veel tijd en vroeger gebeurde alles met de hand.”

Tastbare geschiedenis

De arbeidsintensieve vlasketen hield in de jaren zeventig op door de opkomst van synthetische stoffen. Spinnerijen en weverijen verdwenen en de kennis van het ambacht raakte versnipperd. De opslagschuren van vroeger staan er echter nog steeds. Ellen: “In de Vlasklas telen, oogsten en bewerken we vlas weer zoals vroeger. Het proces bestaat uit een reeks vaste handelingen: repelen, roten, braken, zwingelen, hekelen en spinnen. Elke stap heeft zijn eigen functie en gebeurt in een vaste volgorde. Van het restmateriaal maken we onder andere papier en lijnolie.”

Fysiek werk

Bij de Vlasklas kan iedereen aansluiten, ongeacht achtergrond of ervaring. “We doen alles samen”, benadrukt Ellen. “Je hoeft nergens naar te streven of ergens aan te voldoen. Deelname is gratis of kost weinig en de aanmelding is vrijblijvend.” Tijdens de bijeenkomsten wordt hard gewerkt, maar ook veel gedeeld. “Of het nu een gesprek is of een product: hier ontstaat altijd iets moois.”

Zo divers als het gewas, zo verschillend zijn de deelnemers. “We zien mensen uit de bouw, boeren en mensen uit de culturele hoek, maar ook gewoon geïnteresseerden. De groep is heel divers. We zijn heel laagdrempelig: zonder voorkennis kun je meteen aan de slag. Iedereen vindt hier zijn plek en levert een eigen bijdrage.”

Het fysieke werk wordt als prettig ervaren, zegt Ellen. “Mensen zitten tegenwoordig veel achter een scherm. Bij ons hebben mensen een fysieke ervaring. Daar is behoefte aan: de tijd nemen om je ergens in te verdiepen, even geen scherm en bezig zijn met je lijf. In de Vlasklas ben je in het hier en nu en zie je wat er om je heen gebeurt.”

Kennis en tradities vastleggen

Ellen legt de verhalen uit het verleden ook vast. In samenwerking met Erfgoed Zeeland worden oud-vlassers geïnterviewd en gefilmd. “We spreken mensen die vóór de jaren zeventig in de vlasindustrie werkten. Die generatie sterft uit. Omdat hun kennis vooral mondeling is doorgegeven, moeten we hun verhalen juist nu vastleggen.”

Daarnaast werkt de Vlasklas samen met spingroepen in België en het Vlasmuseum in Klundert. Daar zijn machines beschikbaar en wordt kennis uitgewisseld. Er is ook veel goodwill, waardoor de kosten laag blijven. “Het Fonds Cultuurparticipatie gaf ons een startsubsidie, een boer stelt een stuk grond beschikbaar. Het oude gereedschap waar we mee werken krijgen we, of maken we zelf. Zo drukken we de kosten.”

De Vlasklas wil oude tradities voortzetten en verbinden met de mogelijkheden van nu. Ellen: “Vlas is een prachtig en veelzijdig gewas. Met de Vlasklas brengen we eeuwenoude kennis over, waarna mensen er zelf mee aan de slag kunnen. Zo is er bijvoorbeeld een kantklosclub uit ontstaan. De ervaring om te werken aan iets dat tijd, samenwerking en aandacht vraagt, is waardevol.”

Proeftuinen

Met de proeftuinen van het Netwerk Levend Erfgoed werken we actief aan de zichtbaarheid, impact en betekenis van levend erfgoed.

Ontwikkeling

De ontwikkeling van het Netwerk Levend Erfgoed (NLE) is een belangrijke stap in het versterken van het brede erfgoedveld.

CONTACT

Tijdens de kwartiermakersfase (2024-2026) zijn Linn Borghuis en Nicole van Dijk de gezichten van het Netwerk Levend Erfgoed.