In dit pilotproject onderzoeken we hoe erfgoedgemeenschappen structureel kunnen meedenken en meepraten over beleid – lokaal, regionaal en landelijk. We ontwikkelen participatievormen die gemeenschappen rond levend erfgoed een sterkere stem geven in het beleid.

Geef erfgoedgemeenschappen meer te zeggen

Hoe kunnen erfgoedgemeenschappen beter betrokken kunnen worden bij beleid dat hen raakt? Dat is belangrijk, want veel erfgoedgemeenschappen ervaren druk vanuit organisaties. Vandaar dat we dat uitzoeken.

Erfgoedgemeenschappen moeten veel regelen en steeds aantonen dat hun erfgoed ertoe doet. Dat kost tijd en energie, terwijl veel groepen op vrijwilligers draaien.

Vooral minder gehoorde groepen weten hun weg naar overheden minder te vinden, omdat ze mogelijk eerder negatieve ervaringen hebben gehad, of ze blijven weg omdat ze zich niet gezien voelen. Tegelijk zijn veel gemeenschappen niet strak georganiseerd. Dat maakt het aanvragen van vergunningen en subsidies – processen die best ingewikkeld kunnen zijn – lastig. En erfgoedgemeenschappen hebben hierdoor het gevoel zich telkens te moeten verantwoorden, dat ze wel echt erfgoed zijn.

Samen met bureau De Bruggenbouwers doet het Netwerk Levend Erfgoed onderzoek naar hoe erfgoedgemeenschappen beter betrokken kunnen worden bij beleid dat hen raakt. Dat vullen we heel praktisch in, door veel in gesprek te gaan met erfgoedbeoefenaars zelf, uit verschillende plaatsen in Nederland, en met organisaties die hen ondersteunen. En door het uit te proberen en al doende te leren. Zo willen we komen tot een aanpak waarin gemeenschappen rond levend erfgoed een sterkere en gelijkwaardige stem krijgen.

Erkenning, duidelijkheid en veiligheid

Aan welke voorwaarden moet participatie tussen erfgoedgemeenschappen en formele organisaties, zoals gemeenten en provincies, voldoen? Een voorzichtige eerste conclusie is dat erkenning een voorwaarde is voor goed samenwerken.

Goede participatie begint verder met duidelijkheid. Weet wie je waarvoor vraagt en wees daar eerlijk over. Laat gemeenschappen meedenken over onderwerpen die voor hen echt relevant zijn. Input leveren op vergunningen zal relevant zijn voor bijvoorbeeld carnavalsverenigingen die straatfeesten organiseren, terwijl huisvesting interessant is voor erfgoedbeoefenaars die een vaste plek willen hebben om elkaar te ontmoeten. Beperk waar mogelijk de belasting voor groepen en zorg voor randvoorwaarden zoals een vergoeding of catering.

Voor veel erfgoedbeoefenaars moet participatie veilig voelen. Dat vraagt om begrijpelijke taal, aansluiten bij plekken waar mensen al samenkomen en het actief betrekken van sleutelfiguren en intermediairs die vertrouwen genieten binnen de gemeenschap. Dit geldt zeker voor erfgoedgemeenschappen die minder bekend zijn met provincies en gemeenten, of eerder bijvoorbeeld minder goede ervaringen hebben gehad met overheden. Daarnaast is gelijkwaardigheid belangrijk. Inspraak moet niet alleen gaan om kennis ophalen, maar ook om iets teruggeven of om echt samen te werken. De vraag wat deelname hen oplevert, moet steeds centraal staan.

Participatie stopt niet na het gesprek. Terugkoppeling is enorm belangrijk voor vertrouwen. Gemeenschappen willen weten wat er met hun inbreng is gedaan, welke keuzes zijn gemaakt en waar zij dat kunnen terugzien. Dat kan gaan om beleid, maar ook om concrete ondersteuning of een vervolggesprek.

Vooral minder gehoorde groepen weten hun weg naar overheden minder te vinden, omdat ze mogelijk eerder negatieve ervaringen hebben gehad, of ze blijven weg omdat ze zich niet gezien voelen. Tegelijk zijn veel gemeenschappen niet strak georganiseerd. Dat maakt het aanvragen van vergunningen en subsidies – processen die best ingewikkeld kunnen zijn – lastig. En erfgoedgemeenschappen hebben hierdoor het gevoel zich telkens te moeten verantwoorden, dat ze wel echt erfgoed zijn.

Samen met bureau De Bruggenbouwers doet het Netwerk Levend Erfgoed onderzoek naar hoe erfgoedgemeenschappen beter betrokken kunnen worden bij beleid dat hen raakt. Dat vullen we heel praktisch in, door veel in gesprek te gaan met erfgoedbeoefenaars zelf, uit verschillende plaatsen in Nederland, en met organisaties die hen ondersteunen. En door het uit te proberen en al doende te leren. Zo willen we komen tot een aanpak waarin gemeenschappen rond levend erfgoed een sterkere en gelijkwaardige stem krijgen.

Nu gaan we het uitproberen

De uitkomsten tot nu toe laten zien dat participatie alleen werkt als die recht doet aan zowel erfgoedgemeenschappen als organisaties. Inmiddels werken we samen met een provincie Zeeland en gemeente Eindhoven aan het ontwikkelen en testen van een aanpak die hierbij kan helpen. Door mee te lopen in de praktijk onderzoeken we hoe erkenning, vertrouwen en gelijkwaardigheid vertaald kunnen worden naar een concreet en bruikbaar instrument voor participatie rond levend erfgoed. Denk aan een handig stappenplan. Dat zal dan hopelijk kunnen worden gebruikt door alle erfgoedgemeenschappen en betrokken organisaties.

FASEN VAN ONTWIKKELING

  • Fase 1 (sept – nov 2025): onderzoek naar de voorwaarden waaronder zinvolle en gelijkwaardige inspraak kan plaatsvinden.
  • Fase 2 (nov 2025 – juni 2026): ontwikkeling van het instrument en toetsing in de praktijk in provincie Zeeland en gemeente Eindhoven.

Wil je meer weten over deze pilot?

Neem contact op met Linn Borghuis via linn@netwerklevenderfgoed.nl