“Als je relevant wilt blijven, moet je ruimte maken voor de generatie die ons erfgoed doorgeeft en beheert”

Levend erfgoed ontstaat niet alleen in musea, maar vooral daar waar mensen elkaar treffen: op straat, op het plein en in de buurt. Intermediaire organisaties zorgen ervoor dat lokale verhalen een plek krijgen in cultuur en beleid, waardoor ze niet verloren gaan. Zo wordt erfgoed zichtbaar, toegankelijk en dichtbij gebracht.

RUUM geeft jongeren in Flevoland een plek waar ze kunnen maken, ontdekken en laten zien wat ze bezighoudt.

Vanaf 1986 is Flevoland bezig een eigen identiteit te ontwikkelen. De bevolking van de provincie is relatief jong en de samenstelling divers: van boerenland tot stedelijk gebied, met elk een sterke identiteit. Op gebied van kunst en cultuur is er nog een slag te slaan. “Toen ik in Flevoland opgroeide moest ik voor kunst en cultuur de provincie uit”, vertelt Bas Visscher, projectconservator bij RUUM. “Nog altijd is hier weinig culturele infrastructuur voor jongeren.”

Uit die behoefte ontstond RUUM: een initiatief waarin Flevolandse jongeren met drie regionale musea op zoek gaan naar hun verhaal en identiteit. “We wilden een plek creëren die niet draait om regels, maar om vrijheid en nieuwsgierigheid. Een plek waar jongeren zelf bepalen wat ze maken, uitdrukken of vertellen. Door samen met professionals aan de slag te gaan, ontstaat er verbinding met een generatie waar musea nog een blinde vlek voor hebben.”

RUUM is een vierjarige samenwerking tussen Museum Schokland, Museum Batavialand en Jij bent M. Het project wordt gefinancierd door het ministerie van OCW. “Met RUUM betrekken we jongeren van twaalf tot twintig jaar actief bij kunst, cultuur en erfgoed”, zegt Bas, die ook als communicatiemedewerker betrokken is bij Museum Schokland. “We werken nauw samen met de doelgroep. De jongeren bepalen wat er gebeurt en dragen ideeën aan, wij helpen om die te vertalen naar beeld, geluid en tekst. Of naar iets dat misschien nog niet bestaat.”

In de betrokken musea krijgen jongeren rondleidingen op maat en een kijkje achter de schermen. Ze volgen workshops en werken vervolgens met kunstenaars aan hun eigen projecten, geïnspireerd op de museumcollecties. “We geven de jongeren eigenaarschap, waardoor ze enthousiast worden voor kunst en cultuur. Dat is voor de musea een nieuwe vorm om deze doelgroep te betrekken. Dat is spannend en vraagt om een andere manier van denken: meedoen, in plaats van zenden. Dat is hoognodig voor het behoud van onze collecties.”

Via scholen, maatschappelijke organisaties en een wervingscampagne bouwde RUUM een netwerk van deelnemers op. Tijdens de eerste gesprekken deden de initiatiefnemers een opvallende ontdekking; “We wilden een digitaal platform ontwikkelen waarop jongeren elkaar konden ontmoeten. Maar daar bleek nauwelijks behoefte aan. Ze wilden juist offline samenkomen, echte gesprekken voeren en samen iets maken. Dat was een van de grootste verrassingen tijdens het project.

Via een stuurgroep denken de jonge deelnemers actief mee over nieuwe activiteiten, waardoor RUUM steeds beter aansluit bij hun belevingswereld. Bas: “Samen bedachten we een expositie met als thema: Hoe wil jij later herinnerd worden? Met kunstenaars Stieneke Oeverbeek en Patriek Leichtenberg onderzochten ze hoe voorwerpen, geluiden en persoonlijke verhalen iets vertellen over mensen, en de plek waar zij leven.” 

Tijdens workshops legden de jongeren hun eigen herinneringen vast in voorwerpen en geluid. Ook maakten ze portretten van ‘de ander’. “Alles komt samen in een grote kunstinstallatie in een schokbetonschuur op Schokland”, zegt Bas. “Daarbij worden de jongeren volledig betrokken: ze denken mee over de inrichting en opening van de expositie, en komen met ideeën voor publieksactiviteiten.”

RUUM verandert hiermee de blik van jongeren op erfgoed. Ook musea kijken door het project met een andere bril. Bas: “Door RUUM kijken we weer fris naar onze collecties. Archeologische vondsten blijven interessant en belangrijk, maar kunnen we de verhalen ook op een andere manier vertellen? Als je relevant wilt blijven, moet je ruimte maken voor de generatie die ons erfgoed straks doorgeeft en beheert.”

De financiering voor RUUM loopt tot eind 2028. Daarna hopen de musea de opgedane kennis en werkwijze blijvend te verankeren. “Uiteindelijk willen we natuurlijk dat jongeren blijven terugkomen”, zegt Bas. “Als bezoeker, maker of misschien zelfs als medewerker. Maar vooral willen we dat musea plekken worden om elkaar te ontmoeten en een identiteiten te vormen, waarmee ze relevant worden voor jongeren. Ook hún verhalen worden uiteindelijk erfgoed.”

Proeftuinen

Met de proeftuinen van het Netwerk Levend Erfgoed werken we actief aan de zichtbaarheid, impact en betekenis van levend erfgoed.

Ontwikkeling

De ontwikkeling van het Netwerk Levend Erfgoed (NLE) is een belangrijke stap in het versterken van het brede erfgoedveld.

CONTACT

Tijdens de kwartiermakersfase (2024-2026) zijn Linn Borghuis en Nicole van Dijk de gezichten van het Netwerk Levend Erfgoed.