Een eeuwenoud ambacht ligt in handen van een nieuwe generatie

Levend erfgoed ontstaat niet alleen in musea, maar vooral daar waar mensen elkaar treffen: op straat, op het plein en in de buurt. Intermediaire organisaties zorgen ervoor dat lokale verhalen een plek krijgen in cultuur en beleid, waardoor ze niet verloren gaan. Zo wordt erfgoed zichtbaar, toegankelijk en dichtbij gebracht.  

Houtbewerker Steven Spannenburg legt zijn ambacht en eeuwenoude technieken vast om erfgoed door te geven aan volgende generaties. 

 

Een boor uit de negentiende eeuw, gereedschap dat al generaties meegaat en materiaal met een verhaal. De werkplaats van houtbewerker Steven Spannenburg ademt ambacht en geschiedenis. “Als ik met antiek gereedschap werk, ben ik meer in contact met het hout”, vertelt Steven. “Ik kan moderne machines gebruiken, maar ik kies bewust niet voor de snelste weg. In dit vak moet je geduld hebben. Daardoor kom je echt in contact met het hout en gaat het leven.”

Traditionele houtbewerking is Stevens specialisme. Hij herstelt historische constructies, maakt houtsnijwerk, adviseert bij restauraties en werkt in Friesland aan monumentale panden. Daarbij gebruikt hij zoveel mogelijk originele materialen en traditionele technieken. “Tijdens een restauratie hergebruik ik zoveel mogelijk bestaand materiaal. Het hoort bij het pand en zo hou ik de geschiedenis levend.”

Stevens interesse voor houtbewerken ontstond door zijn liefde voor geschiedenis. “Van jongs af aan ben ik gefascineerd door verhalen van vroeger. Ik wil altijd weten hoe mensen eeuwen geleden leefden, werkten en bouwden.” Vanaf zijn achttiende dook Steven ook in zijn eigen familiegeschiedenis. “Bij het uitzoeken van mijn stamboom kwam ik zelfs in de middeleeuwen terecht. Toen ik ontdekte dat ik een houtbewerker in de familie had, viel alles op zijn plek. Dit was mijn roeping.”

Steven heeft een auditieve beperking en is volledig doof. Net als zijn vader. “Hij kreeg nooit de kans om een opleiding te volgen. Ik wilde graag onderzoeken wat er wél mogelijk was.” Een opleiding als houtbewerker volgde. Steven verdiepte zich in restauratie en monumentenzorg en volgde opleidingen bij het Nationaal Centrum Erfgoedopleidingen (NCE).

Met aanvullende cursussen en opleidingen blijft Steven zijn ambacht ontwikkelen. Maar veruit het meeste leert hij door zelf te onderzoeken, zegt hij. “Ik heb stapels leerboeken met voorbeelden van hoe houtbewerking vroeger werd uitgevoerd. Soms staan daar fouten in, of missen belangrijke details. Daarom blijf ik voortdurend zoeken, uitproberen en vergelijken.

Zijn kennis geeft hij door op een manier die bij mij past. “Omdat vrijwel alle opleidingen en instructies gericht zijn op gesproken uitleg, maak ik zelf video’s en foto’s van mijn werk. Voor dove mensen gebruik ik gebarentaal, voor horenden maak ik alles zo visueel mogelijk. Zo ziet en begrijpt iedereen wat ik doe.”

In zijn werkplaats gebruikt Steven graag het gereedschap van zijn vader, uit de jaren vijftig. Maar ook spullen van ruim tweehonderd jaar oud. “Vroeger deden mensen soms twee maanden over een houtsnijwerk. Tegenwoordig kan hetzelfde werk in een paar dagen klaar zijn. Ik kies bewust voor de lange weg. Zo hou ik de kennis en het vakmanschap van mijn voorouders levend.”

Dat vakmanschap komt goed van pas in zijn regio, waar veel historische panden moeten worden onderhouden en gerestaureerd. Bij elk project documenteert Steven zijn werkzaamheden met tekeningen, foto’s en beschrijvingen. “Bij elk project documenteer ik alles zorgvuldig. De gebruikte materialen, de handelingen: alles moet bewaard blijven. Als je vastlegt hoe iets is gemaakt, kunnen toekomstige generaties daarvan leren.”

Ondanks alle uitdagingen blijft Steven vooruitkijken. Zijn passie voor geschiedenis, restauraties en houtbewerking is groter dan de obstakels die hij onderweg ervaart. “Ik wil me kunnen richten op mijn bedrijf en mijn vak, en niet vastlopen in regels. Want uiteindelijk wil ik vooral één ding: dat mijn kennis niet verloren gaat.”

Met een gemeentelijke opstartsubsidie bouwt Steven sinds 2013 stap voor stap zijn bedrijf op. Maar het aanvragen van meer geld is een lastig traject. “Helaas ervaar ik dat communicatie met overheden voor iemand met een auditieve beperking ingewikkeld is. Ik heb een tolk nodig, want de communicatie gaat vaak te snel. Het voelt soms als een gevecht. Het zou me veel helpen als er meer tijd voor mij werd genomen voor uitleg, vragen en antwoorden. En dat er iemand binnen de gemeente is die begrijpt hoe ik werk.”

Proeftuinen

Met de proeftuinen van het Netwerk Levend Erfgoed werken we actief aan de zichtbaarheid, impact en betekenis van levend erfgoed.

Ontwikkeling

De ontwikkeling van het Netwerk Levend Erfgoed (NLE) is een belangrijke stap in het versterken van het brede erfgoedveld.

CONTACT

Tijdens de kwartiermakersfase (2024-2026) zijn Linn Borghuis en Nicole van Dijk de gezichten van het Netwerk Levend Erfgoed.